vrijdag 30 mei 2014

Genade

Genade 


Een prachtig woord met nog mooiere inhoud.
Maar... wat IS nu eigenlijk genade?
Het is een nogal abstract begrip. Je kunt het niet horen, zien, aanraken, proeven of ruiken.
Om te weten wat het woord betekent heb je een woordenboek tegen

En daar kom je bijvoorbeeld iets prachtigs tegen als:
"onverdiende gunst"

Ga je het Bijbels natrekken, dan ontdek je dat het Griekse woord "charis" is, en dat heeft ook nog te maken met dankbaarheid en goedgunstigheid.

Maar.... het blijft allemaal nogal abstract, want: ook gunst, dankbaarheid en goedgunstigheid kun je niet horen, zien, aanraken, proeven of ruiken.

Zou het Hebreeuws kunnen helpen? De eerst Bijbelschrijvers waren toch Hebreeen?

Dan moeten we eerst weten wat het Hebreeuwse woord voor 'genade' is en dat is 'chèn', bestaande uit twee letters: chet en nun.

De letter 'chèt' heeft de betekenis van wand, afrastering, hek. Het is dat wat 'buiten' ook buiten houdt.
h


De letter 'nun' lijkt op een vis die door het water zwemt of op een uitspruitend zaad en heeft de betekenis van 'leven'.
n
Samen hebben ze de betekenis: de wand of het hekwerk om het leven, ofwel: wat het leven beschermt.

Maar er zit nog meer in dan alleen het leven beschermen. 

Wij leunen naar, hebben compassie met, stoppen en slaan ons kamp op met wat of wie acceptabel is in onze ogen. Alles wat of ieder die gunst vindt in onze ogen wordt gezien al mooi, gracieus, acceptabel en ontvangt onze gunst

Ons Nederlandse woord gratie kent dan ook beide betekenissen: (onverdiende) gunst en schoonheid, bevalligheid.

Wat is grotere genade dan dat Gods tent bij de mensen is en Hij daar wil wonen? Zowel in Exodus als in Openbaring zien we dat gebeuren.

Wat is meer beschermend dan Gods Tora die als een beschermende muur om ons leven is? Zijn instructies houden ons binnen het door Hem beschermde gebied. En stappen we over die beschermende wand heen, dan komen we in een wereld vol gevaar, waar alles wat ons wil verslinden op de loer ligt. 

Een profeet is dan ook iemand die het gat in de muur, waardoor het volk buiten de bescherming van de Tora is gaan dwalen, weer dicht maakt en de mensen terugroept binnen die bescherming.

Daarom is de Tora synoniem aan het woord genade. 

In Psalm 119 worden steeds opnieuw 8 regels gewijd aan een letter uit het Hebreeuwse alfabet. Bij de letter 'chet' horen de volgende regels. Let op de woorden die in verband staan met 'genade' en 'gunst'. Het geheel is onlosmakelijk verbonden met Gods woorden, belofte, getuigenissen, geboden, wet, verordeningen, bevelen en inzettingen. Dat is de beschermende muur om ons leven!

57 De HERE is mijn deel, ik heb beloofd
uw woorden te onderhouden.
58 Van ganser harte zoek ik uw gunst
wees mij genadig naar uw belofte
59 Ik overdenk mijn wegen,
ik wend mijn voeten naar uw getuigenissen
60 Ik haast mij en aarzel niet
om uw geboden te onderhouden
61 Hoewel strikken der goddelozen mij omgeven,
ik vergeet uw wet niet
62 Te middernacht sta ik op om U te loven
wegens uw rechtvaardige verordeningen
63 Ik ben een metgezel van allen die U vrezen,
en van hen die uw bevelen onderhouden
64 De aarde is vervuld van uw goedertierenheid, o HERE,'
leer mij uw inzettingen







dinsdag 27 augustus 2013

Paulus: what's in a name?

Je naam is belangrijk. Niet alleen in de Bijbel, maar bij alle ouders speelt het geven van een naam een belangrijke rol. Hoe zullen we de kleine noemen? In vorige geslachten was het vernoemen van een baby naar (groot)ouders een bijna verplichte gewoonte. Zelfs in de Bijbel kom je dat tegen: als Johannes (de latere Doper) van zijn moeder zijn naam ontvangt is er alom verbazing: niemand in zijn familie draagt die naam! Dus maar even bij de vader navragen of hij dit echt wil! En ja hoor: ook Zacharias wil dat hij Johannes zal heten, zoals de engel hem bevolen heeft.

Dit geeft al aan, dat een naam in de Bijbel niet zomaar lukraak gekozen wordt. Elke Bijbelse naam heeft een betekenis. Soms verandert God iemands naam, omdat die iets weergeeft van zijn karakter of omdat er een belangrijke verandering in diens leven plaatsvindt. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Abram die door God Abraham wordt genoemd en Sarai Sara, maar ook Jakob, die de nieuwe naam Israel ontvangt op een cruciaal moment in zijn leven.

Het is dus helemaal niet zo gek te denken dat iets dergelijks ook bij Saul(us) aan de hand zou kunnen zijn. Als zijn naam in Handelingen 13:9 verandert van Saulus in Paulus, zou het niet onlogisch zijn te denken dat er een belangrijke verandering plaatsvindt in zijn leven. En die is inderdaad ook terug te vinden: terwijl hij tot op dat moment in de synagoge van Antiochie zijn werk als profeet en/of leraar had gedaan, zondert de Heilige Geest hem nu af om de Grieks-Romeinse wereld in te trekken.

Toch is er een 'maar'. 

Want waar naamsveranderingen in de Bijbel door God werden aangegeven, is dat in Handelingen 13 niet het geval. Er wordt simpelweg vermeld: 'Doch Saulus, anders gezegd Paulus...'. Paulus vermeld later zelf dat hij het Romeins staatsburgerschap bezit door geboorte. Ook in het Romeinse rijk werden namen al vastgelegd. Zeker zoiets belangrijks als je staatsburgerschap werd geadministreerd. Met welke naam zouden zijn ouders hem hebben laten opnemen in de registers? Sha'ul was te Hebreeuws. En daar zat nog een ander probleem aan vast. Het was niet bepaald een aardige naam in het Grieks! 

Dat heb je zo als je namen van de ene taal gaat gebruiken in de andere. In Engels sprekende landen wordt stiekem gegniffeld als een Hollander met de naam Dick langskomt. Die naam is daar namelijk straattaal voor het mannelijk geslachtsdeel. Zo wil je toch niet heten?

Iets dergelijks is aan de hand met de naam Sha'ul, die wordt vergriekst tot Saulos of Saulus. Die naam wil je je kind echt niet aandoen! Saulos is namelijk een Grieks woord dat 'verwaand' of 'hoogmoedig' betekent. Stel je voor: daar komt Gods apostel voor de niet-Joden aan: 'He, hoogmoedige...'. 
Natuurlijk kan dat niet. 

Dús... zodra Paulus in contact komt met een niet-Joodse landvoogd, gebruikt hij niet zijn Hebreeuwse naam, die ongetwijfeld gegniffel zou veroorzaken, maar de Romeinse naam die hij sinds zijn geboorte óók al droeg.

Sommigen zullen in mijn blogje een poging zien de 'naamswijziging' van Paulus weg te verklaren. Dat is niet mijn bedoeling. Het viel mij namelijk op dat er wel erg grote verschillen zijn met andere naamsveranderingen in de Schrift, die allemaal door God werden aangezet. Deze niet! In zo'n geval ga ik dan andere verklaringen zoeken, en heb een plausibele gevonden in wat ik hierboven heb genoteerd. 

Het Grieks van  Handelingen 13:9 geeft ook geen enkele aanleiding voor een naamsverandering. Er staat simpelweg: 'Saulos echter, die ook Paulos'. Verder niets. Wij vullen dat aan om er begrijpelijk Nederlands van te maken met 'heette', of vertalen het zoals de NBG dat doet met 'Saulus, anders gezegd Paulus'. 
Nergens een aanwijzing dat het om een naamsverandering zou gaan. Eerder dat hij overschakelt van zijn Hebreeuwse naar zijn Grieks-Romeinse naam: 'óók'.

Persoonlijk vind ik deze verklaring een stuk aannemelijker dan een verklaring die probeert zware theologische lading aan deze naamsverandering te geven. Niet omdat ik iets tegen theologie heb - ik ben er zelf in opgeleid - maar omdat ik geloof dat je de Schrift het beste kunt lezen ontdaan van alle later toegevoegde theologie. Niets meer en niets minder.

woensdag 26 juni 2013

Definities 2: het woord.

Als ik zou vragen: 'Wat is het woord van God?', dan is het niet onwaarschijnlijk dat ik als antwoord krijg: 'De Bijbel, en wel van Genesis 1 tot en met Openbaring 22'. Er zullen maar weinig christenen zijn die met die uitspraak een probleem hebben. En toch ...

En toch zijn er hele volksstammen die zich van een groot deel van wat er in het woord van God staat niets aantrekken. Geschokt? Dat zou toch wel moeten, als het om het woord van God gaat!
Er zijn bijvoorbeeld maar weinig christenen die zich houden aan het vierde gebod. Welk gebod was dat ook al weer? Oh ja, de sabbat!

Nee, dat is flauw, hoor ik iemand zeggen. Dat doen we wel, alleen niet op zaterdag, maar op zondag. Maar volgens God is de zevende dag de sabbat, niet de eerste dag. 'Ja, maar dat hoort bij de wet, en die is door Christus vervuld!' Dus de wet, de regenstorm, hebben we niet meer nodig? Dan kunnen we die net zo goed uit onze Bijbel scheuren, toch? Als de wet is afgeschaft, dan is die dus niet meer het woord van God. Of...?

Wat is het woord van God? Laten we maar gaan kijken in de schrift, want daar vindt elk woord zijn betekenis.

Numeri 15:29-31 - Eénzelfde wet zal voor u gelden, voor de onder de Israelieten geborene en voor de vreemdeling die in uw midden vertoeft, ten aanzien van hem, die iets doet door een onopzettelijke zonde. Maar wie iets met voorbedachten rade doet, hetzij geboren Israeliet, hetzij vreemdeling, die zal een lasteraar van de Here zijn, die zal uit zijn volk worden uitgeroeid, want hij heeft het woord des Heren veracht en zijn gebod geschonden.

Deut.5:5 - Ik (Mozes) stond te dien tijde tussen de Here en u om u het woord des Heren mede te delen...

Wat houdt het woord des Heren dan in? Dat wordt duidelijk uit Jes.1:10 -
Hoort het woord des Heren, bestuurders van Sodom;
neigt uw oor tot de onderwijzing (de Tora) van onze God, volk van Gomorra.
Hierna gaat de Heer verder met de opmerking dat Hij het offeren en feesten door deze onrechtvaardigen niet meer kan verdragen. Hij roept ze op tot bekering, hun boze daden weg te doen, en:
(vs.17) leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe. Blijkbaar zijn dit de zaken die het woord, de tora, rechtvaardig noemt.

Ook in Jes.5:24 zie je dezelfde parallel tussen de wet (regenstorm) des Heren der heerscharen en het woord van de Heilige Israels, dat verworpen wordt.

Idem in Jes.2:2-3, waar de wet uit Tsion zal uitgaan en het woord van Yehovah uit Jeruzalem.
Precies dezelfde uitspraak vinden we in Micha 4:2.

We mogen concluderen dat als je 'het woord' zegt, je volgens de Bijbelse definitie 'de wet' zegt en omgekeerd. En als je één van beide zegt, dat Yehovah daar zijn Naam aan verbindt.

Samenvatting: Het woord van Yehovah is de Tora en de Tora is het woord van Yehovah.

donderdag 13 juni 2013

Definities


Deze keer geen mooie plaatjes, het gaat nu echt om inhoud!

In de Schrift komen we allerlei begrippen tegen die we vaak, zonder er bij na te denken, gebruiken. Woorden als liefde, redding, genade, gerechtigheid, verzoening, wet, enz. zijn in het gelovig taalgebruik zo ingeburgerd, dat over de betekenis vaak niet meer wordt nagedacht.

Maar betekenden die begrippen voor mannen als Paulus, Petrus en Jezus nou hetzelfde als ze voor ons aan lading hebben? Die vraag is belangrijk, omdat we het risico lopen de tekst anders op te vatten dan die bedoeld is. Goed, aan de slag dus.

Allereerst wil ik stilstaan bij de definitie van het woord "Schrift".
Was de Schrift voor Yeshua hetzelfde als wat wij eronder verstaan? Het beste kun je dat uit de tekst zelf halen. We lezen Lucas 11:50,51, waar Jezus zegt:

opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is sinds de grondvesting der wereld, van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia, die omgebracht is tussen het altaar en het tempelhuis.

Abel was de eerst mens die werd vermoord. Die geschiedenis is te vinden in Genesis 4, het eerste boek van de Hebreeuwse Bijbel, de Tenach. De moord op Zacharias is te vinden in 2 Kronieken 24:20, het laatste boek uit de Tenach.
In Lucas 24:44 zegt Hij,

dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de Psalmen moet vervuld worden.

Deze drie vormen samen de gehele Tenach. Als onze Heer spreekt over de Schriften, dan gaat het dus over de Tenach, het "Oude Testament".

Ook voor de twaalf discipelen of voor Paulus bestond er geen andere Schrift dan de TeNaCh! Paulus heeft zijn eigen brieven zeker nooit als Heilige Schrift gezien! Petrus of Jacobus evenmin. Zij zouden stellig verbaasd geweest zijn te ontdekken dat wij die brieven wel als zodanig erkennen.

Wat is nu het belang van deze conclusie? Wel, als zij slechts de Tenach als Schrift erkenden, dan definieerden zij dus al hun woorden met de taal van die Tenach. Hoewel het "Nieuwe Testament" in het Grieks is geschreven, moeten we in de Tenach kijken om woorden zoals die hierboven staan genoemd te leren begrijpen.

Een belangrijk woord in het NT is het woord wet.
Hoewel het woord voor 'wet' ('nomos' in het Grieks) in het NT zeer veel voorkomt, moeten we de betekenis niet zoeken in Griekse woordenboeken, maar in de Tenach-equivalent, en dat is het woord Torah. We zouden ons ernstig vergissen als we 'nomos' in het NT lezen met Griekse gedachten over 'wet'. Nee, de schrijvers van het NT keken in hun Hebreeuwse Tenach en vertaalden het woord Tora met nomos, maar bedoelden hier absoluut niet het Griekse juridische begrip 'wet' mee!

Wat betekent het woord Tora dan wel?

Het Hebreeuws is een ander soort taal dan het Grieks of Nederlands. In het Hebreeuws worden woorden afgeleid van een 2- of 3-letterige wortel, die zijn functionele betekenis doorgeeft aan soms tientallen afgeleiden, die als een web om de wortel heen staan.

De wortel van het woord Tora is het werkwoord JaRaH - de drie letters I-R-H. Die wortel heeft te maken met iets dat van bovenaf met kracht naar beneden komt. Zoals een kletterende regenbui. Of een regen aan pijlen die op de vijand neerkomen. De neerkletterende regenbui is belangrijk om te onthouden.

Daarvan afgeleid is het woord MOReH (M-W-R-H), dat "leraar" betekent.
Wat heeft een leraar nu met neerkletterende regen te maken? Wel, zoals de regel neerklettert en de droge aarde opensplijt, zo drijft de leraar ideeen en concepten het hart en de geest van de mens binnen.

In Gen.22 moest Abraham naar het land Moriah (M-W-R-I-H) gaan om zijn zoon te offeren op één van de bergen daar. Hij werd dus door God naar het leer-land gestuurd!

Wat voor leer komt er dan precies uit dit leer-land?
We lezen Jes.2:3b:

Want uit Tsion zal de TORAH (T-W-R-H, NBG: wet) uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.

Nu kunnen we begrijpen wat Torah betekent: het is de aanwijzing, de onderwijzing van God, die als een donderbui boven Jeruzalem zijn regen naar beneden plenst en de droge grond open breekt om leven voort te brengen. Dát is nu .... de "wet" op z'n Hebreeuws gedefinieerd.

Het Leerland produceert de Leraar en de Leer, het Onderricht.

Torah is zó ontzettend veel meer dan regeltjes en wetten: je moet, je mag niet...
Torah heeft niets te maken met jurisdisch gedoe.
Torah is de onderwijzing die doordringt in het hart, de ziel, de geest van de mensen die van de Almachtige zijn!

Als afsluiting nóg een afgeleide van dezelfde wortel: horim (H-W-R-I-M), dat betekent: ouders.
Hoe is dat woord met Jarah verbonden? Net als het woord leraar: ouders moeten hun kinderen leren, onderwijzen, ideeen aanbrengen, concepten, structuur, goed, kwaad, enz. Ouders worden geacht hun kinderen onder te dompelen in de Tora: Deut.6:4-10:

Shema Israel, de Heer is onze God, de Heer is één. .... gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat. ...

Ouders behoren dus het water van de wereld te zijn.

Samengevat:
Jarah = plensbui (Joel 2:23, let hier ook op de leraar!)
Torah = instructie, onderricht (Ex.24:12)
Horim = ouders (Spr.6:20)
Moreh = leraar (Job 36:22)
Moriah = (land) dat leert (Gen.22:2)


N.a.v. de onderstaande discussie met André Piet raad ik iedereen aan de volgende studie op YouTube te bekijken, waarin het verschil tussen de Tora en de Oral Tora ofwel de Talmoed van de Rabbijnen uitgebreid wordt uitgelegd door een voormalig orthodoxe Jood:

http://www.youtube.com/watch?v=tddCNY6U77Y

.

maandag 31 december 2012

De Feesten van de Heer - De Dag der Bazuinen




De dag der Bazuinen, in het Hebreeuws Yom Teruah (dag van het blazen), is een zeer bijzondere en betekenisvolle dag. Het moderne Jodendom noemt deze dag Rosh HaShana (Hoofd van het Jaar ofwel nieuwjaarsdag), maar die benaming heeft geen Bijbelse grond. Het nieuwe jaar begint op de eerste dag van de eerste maand en niet op de eerste dag van de zevende maand (dat is Yom Teruah).

De Dag der Bazuinen herinnert het volk van de Hebreeen aan een ontzagwekkend moment. Toen zij met Mozes waren aangekomen bij de berg Sinai in Arabie (Exodus 19), verscheen Jahweh aan Mozes op de berg en laat het volk een keus maken: zullen zij - nog zonder te weten wat de geboden zijn - de Heer ten eigendom zijn en Hem een koninkrijk van priesters zijn, een heilig volk? Het volk antwoordt éénparig: "Alles wat de Here gesproken heeft, zullen wij doen". Dan moet het volk zich 3 dagen heiligen en verschijnt de Heer met donderslagen en bliksemstralen, vuur en rook en bazuingeschal op de berg, die zeer sterk beeft  van de verschijning van de Heer.

De échte berg Sinai in Arabie

Vanuit deze ontzagwekkende verschijnselen ROEPT de Heer dan Zelf de tien geboden uit over zijn volk. Dat is zo onder de indruk en dermate bevreesd, dat ze Mozes vragen of hij alsjeblieft voortaan met de Heer wil spreken, omdat ze vrezen te zullen sterven als Hij Zelf verschijnt!

Hoewel de verschijning van de Heer op de Sinai viel in de derde maand na de uittocht, namelijk op de Pinksterdag (Shavuot), stelt Hij in Leviticus 23:23,24 ter herinnering aan het zeer sterke bazuingeschal een speciale shabbat in op de eerste dag van de zevende maand (Tishri), waarop de bazuin / sjofar met bijzondere stoten maar liefst 100 maal geblazen wordt. Dit is Yom Teruah, letterlijk de Dag van het Blazen. In Numeri 29:1 wordt deze benaming nogal slapjes vertaald met 'jubeldag'.

Voor wie de verschillende sjofarstoten wil horen hierbij een siteverwijzing waarop ze te horen zijn. Luister vanaf 0:56:18 en je hoort hoe ze worden uitgevoerd:

http://www.youtube.com/watch?v=uqQeG6vDOaI

Yom Teruah is een heel bijzondere dag, omdat het niet slechts een herinneringsdag is, maar ook een dag met diepe profetische betekenis, verwijzend naar veelvoudige momenten van vervulling in de toekomst. Dit feest heeft meerdere namen, die elk van groot belang zijn. Wat gebeurde / gebeurt / zal gebeuren op deze dag?
Maar liefst negen zaken:

1. Yom Teruah = de dag van het blazen (van de sjofar)
2. de tijd van Jakobs benauwdheid
3. de dag van de wekkende bazuinstoot (de opstanding van de doden die Hem tegemoet gaan met de levenden)
4. yom ha-din, de dag van het gericht of de oordeelsdag
5. de opening van de boeken
6. de opening van de poorten
7. yom ha-keseh, de verborgen dag
8. ha-kiddushin, het huwelijk van de Messias zal op deze dag plaatsvinden
9. ha-Melech, de kroning van de Messias.

Daarnaast wordt deze dag genoemd als de dag van de schepping van Adam en de dag van de binding van Izaak op het altaar.

Het voert veel te ver om al deze aspecten, die in de toekomst op verschillende Yom Teruah's hun vervulling zullen vinden, in deze blog uitgebreid te behandelen. Hier wil ik slechts verwijzen naar 1 Thessalonicenzen 4, dat, gezien het taalgebruik van de apostel Paulus, zonder zelfs maar een spoor van twijfel verwijst naar deze dag. Immers: er is sprake van geroep van een aartsengel, van een bazuin Gods en van opstanding van doden (uit de doden). Er is sprake van dat de dag des Heren óns NIET als een dief overvalt. Immers: wij waken en slapen niet. De tweede brief aan de Thessalonicenzen (hoofdstuk 2) maakt duidelijk dat vóór de komst van de Heer voor de Zijnen en onze vereniging met Hem EERST de wetteloze zich moet openbaren en zich op de troon zetten om aan zich te laten zien dat hij een god is. Dat maken wij dus mee. Daarop moeten we ons ernstig voorbereiden. Ook de Jood moest voorbereid zijn en zijn witte klederen voor Yom Teruah klaar hebben liggen om, zodra de nieuwe maan werd uitgeroepen, alles te laten vallen waar hij mee bezig was en de Hoge Shabbat te gaan vieren.

Ik geloof op grond van wat Paulus zegt in deze brief, dat de Heer de Zijnen pas komt verzamelen om ons met Hem te verenigen (2:1) nádat de grote verdrukking heeft plaatsgevonden. Daarin zal de antichrist vele gelovigen ter dood brengen. Maar zij zullen bij de laatste bazuin (van de 100 stoten van Yom Teruah) opstaan om samen met de nog levenden Hem tegemoet te gaan in de lucht en voor de glazen (of bronzen) zee terecht komen, de troonzaal van de Heer (Openbaring 7:9-17). Ofwel, om het in Paulus' Griekse termen te vertalen: de Bema. Paulus is duidelijk: wij zijn niet gesteld tot toorn, namelijk de toorn die God over de wereld uit zal storten NA de grote verdrukking, om aan de verdrukkers verdrukking te vergelden (2Thess.6:1-10).

Het bijzondere van Yom Teruah is dat het het enige Feest is, dat op de eerste dag van de nieuwe maan(d) valt, op nieuwe maan. De maand begint pas, als de eerste maansikkel na ondergaande zon boven Jeruzalem wordt waargenomen. Minstens twee getuigen melden dit bij de Hogepriester, waarna hij hun claim onderzoekt en vervolgens de Nieuwe Maan(d) uitroept. Met behulp van grote vuren op bergtoppen wordt dit razendsnel door het hele land bekend gemaakt.



Niemand wist echter van tevoren op welke dag en op welk uur dat zou gebeuren. Waarom niet? Omdat de maancyclus 29,5 (en nog wat decimalen) dagen duurt. De nieuwe maan kon dus op de 29e dag na de vorige verschijnen, maar ook op de 30e dag. Als het bovendien regenachtig weer was en de maan niet waargenomen kon worden, werd de nieuwe maan automatisch op de 30e dag uitgeroepen, omdat langer wegblijven van de nieuwe maan onmogelijk was.

Dit jaar is Yom Teruah voorbijgegaan zonder de komst van de Heer. Voor wie de Schrift kent is duidelijk dat Zijn komst nog minimaal een aantal jaren uit zal blijven, omdat de gebeurtenissen uit Openbaring eerst hun beslag moeten krijgen. De grote verdrukking duurt 3,5 jaar. Pas daarna zal Zijn komst mogelijk zijn.

Het is dus van het grootste belang dat wij als gelovigen onze zaken gaan regelen en wakker worden uit de slaap van ons rustig voortkabbelend leventje van welvaart en voorspoed. Er gaan tijden komen, ook over ons als gelovigen in het westen, die onze broeders en zusters in sommige landen al jaren meemaken. Tijden van vervolging en onderdrukking. Wie daarop niet is voorbereid, zal, teleurgesteld over het uitblijven van Zijn komst, vervallen tot rebellie en het teken van het beest aanvaarden. Laten we nuchter en wakker zijn of, als we dat nog niet zijn, dat wórden! Ontwaakt gij die slaapt en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten!

Wordt vervolgd.

dinsdag 4 december 2012

Intermezzo: Wanneer is Jezus geboren?

Vandaag een intermezzo in de Feesten van de Heer. Aan de ene kant omdat het bijna Kerst is, aan de andere kant als reactie op een opmerking van André op mijn vorige blogje. Hoe dan ook is de 'prangende' vraag: Wanneer is Yeshua (Jezus) geboren?

Midden in de winternacht ging de hemel open????

We weten dat Hij in alles wat hij deed en was de vervulling was van de profetieen en profetische gebeurtenissen uit de Tenach (ook bekend als het Oude Testament). Ook de Feesten van de Heer verwijzen stuk voor stuk naar het moment van hun vervulling door de Messias. Voor de voorjaarsfeesten is het duidelijk dat Yeshua die al grotendeels heeft vervuld. Voor de najaarsfeesten is dat echter niet of nog maar gedeeltelijk het geval.

Als je gaat onderzoeken wanneer de geboorte van Yeshua met de grootst mogelijke mate van waarschijnlijkheid heeft plaatsgevonden, kom je uit op één van deze Feesten.

Om te beginnen kijken we in Lucas, naar het verslag van de aankondiging van de geboorte van Yochanan ben Zacharias (Johannes) bijgenaamd de Doper. Zijn vader Zacharias deed dienst in de beurt van zijn afdeling (Lucas 1:8), die van Abia (Lucas 1:5). Uit 1 Kronieken 24:10 weten we, dat dat de 8e afdeling was van de 24. Ieder afdeling kwam twee maal per jaar een week in actie. Dan bleven er nog 3 feestweken over, waarin alle afdelingen dienst moesten doen vanwege de enorme drukte in die weken in Jeruzalem en in de tempel.



Als je gaat tellen, kom je terecht in de 9e week, dat Zacharias de eer van zijn leven te beurt viel om dienst te dien bij het reukofferaltaar in het Heilige tijdens de week van Shavuot, Pinksteren. Elisabet moet kort daarna zwanger zijn geworden.



Als Gabriel Mariam aankondigt dat zij zwanger zal worden van de Heilige Geest, voegt hij daaraan toe, dat het al de 6e maand is voor haar verwante Elisabet, die onvruchtbaar heette. Dat moet dus rond Chanoeka geweest zijn. Wat is er gepaster dan dat Yeshua verwekt is in de tijd van het Lichtfeest, waarop de her-inwijding van de tempel in de tijd der Makkabeeen werd gevierd?



Yochanan (Johannes) werd drie maanden later geboren, rond Pesach en het Feest der Ongezuurde broden.
En zes maanden later, in de cyclus van de herfstfeesten, werd vervolgens Yeshua geboren.


Kunnen we ook weten wanneer? Jazeker! De evangelist Johannes is daarin duidelijk: Het Woord heeft onder ons 'gewoond', zegt hij. Dat is nogal magertjes vertaald. Het Woord heeft onder ons getent - getabernakeld - ge'sukkah'd. Allemaal begrippen die regelrecht wijzen naar het feest van Sukkot, ofwel: Loofhuttenfeest, dat vanaf de 15e dag van de 7e maand Tishri wordt gevierd (dit valt meestal in oktober)


Waarom was er geen ruimte voor Hem in de 'herberg'? Omdat Jeruzalem en de omringende plaatsen als Betlehem uitpuilden van de feestgangers (nog afgezien van de door de Romeinen verplichte inschrijving). Dit was één van de drie grote feesten, waarop elke Joodse man verplicht was in de tempel voor het aangezicht van de Heer te verschijnen met zijn gaven.



In deze tijd van het jaar zijn er nog herders met hun schapen in het veld, in tegenstelling tot eind december.

Deze Bijbelse gegevens lijken sterk te wijzen in de richting van de geboorte van onze Heer Yeshua op Loofhuttenfeest.

woensdag 28 november 2012

De feesten van de Heer, deel 2 - Palmpasen


Palmpasen.



Wat was dat eigenlijk voor dag? We weten allemaal wel dat Jezus op die dag op de rug van een ezel de straten van Jeruzalem binnenreed en zijn discipelen daar blijkbaar een opstootje veroorzaakten met hun geroep. Maar hebben we ook enig idee van wat er op die dag in Jeruzalem aan de hand was op die dag?

Als we naar de Hebreeuwse kalender kijken, zien we dat deze dag 4 dagen vóór de 14e Nissan / Aviv valt.
Dit was de dag dat elke Joodse familie een Paaslam aanschafte om het 4 dagen lang in huis te houden. Maar niet alleen iedere familie deed dit, ook de hogepriester moest op die dag het volmaakte paaslam uit gaan zoeken. Hiervoor begaf hij zich met groot ceremonieel de Tempelberg af om naar Betlehem te gaan. Hij liep vanaf de Tempelberg richting het noorden en verliet de stad via de Damascuspoort en sloeg vervolgens links af om daarna in zuidelijke richting naar Betlehem te wandelen, waar de traditiegetrouw door hem persoonlijk het perfecte paaslam werd geselecteerd en mee teruggenomen naar Jeruzalem.



Nu was het niet bepaald stil in Jeruzalem rond deze tijd. Uit het hele land kwamen de mannen naar de stad om hun verplichting te vervullen. Immers: drie keer per jaar moest iedere man verschijnen voor de Heer. De stad krioelde dus van de feestgangers, die met honderdduizenden het feest kwamen vieren. Om alles in goede banen te leiden, stonden vele honderden priesters in twee rijen schouder aan schouder, met 3 meter lange palmtakken in hun handen, opgesteld langs de weg vanaf de tempelberg naar de Damascuspoort. Zo begeleidden zij de hogepriester naar de poort en stonden daar vervolgens te wachten tot deze weer terugkeerde met het geselecteerde Paaslam. Zodra hij de stadspoort naderde en de stad weer betrad, begonnen de priesters met hun palmtakken te schudden onder de uitroep (Psalm 118:26):
"Hosanna in de hoge! Gezegend hij die komt in de Naam des Heren!"


Links onderaan ziet u de oorspronkelijke poort uit 1e eeuw

Nu had Yeshua op dat moment een aantal van zijn discipelen vooruitgestuurd om een ezelsjong te halen. Daarop gezeten kwam hij vanuit de andere richting, vanaf Betanie en Betfagé, aan bij de Damascuspoort. Daar begonnen zijn discipelen te roepen: 'Hosanna, gezegend hij die komt in de naam des Heren', en met hun palmtakken te schudden. De priesters, die al een tijd op de hogepriester staan te wachten, nemen als vanzelf die roep over en beginnen ook met hun palmtakken te schudden. Op dat moment komen uit alle hoeken en gaten van Jeruzalem duizenden mensen om het spektakel van de hogepriester te zien en ook mee te schudden met hun palmbladeren, die iedereen van tevoren al klaar had liggen, en mee te roepen: 'Hosanna in de hoge! Gezegend hij die komt in de Naam des Heren!' De stad wordt één grote heksenketel (eh... verkeerde woord)! Als de priesters dan zien dat het niet de hogepriester is, maar een kerel op een ezeltje, roepen ze Yeshua toe: Laat je discipelen hun kop houden! Maar Yeshua weigert pertinent! "Nee, dat doe Ik niet! Hiervoor hebben jullie duizend jaar staan oefenen! Hier is de vervulling van wat jullie ieder jaar sinds David en Salomo hebben gedaan. Nee, Ik leg ze het zwijgen NIET op. Want als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitroepen!"

En ondertussen is de hele stad in rep en roer.

Nog vóór de hogepriester met zijn paaslam de stad binnenkomt, heeft HET Paaslam bij uitstek, Yeshua, de stad al betreden, vier dagen voor het / Hij zou worden geslacht. Elk detail van de Feesten wordt door Hem vervuld, tot op de dag, het uur, het moment nauwkeurig! Die vier dagen blijft Yeshua in Jeruzalem en wordt Hij in elk detail 'ge-inspecteerd' om te zien of er een onvolkomenheid aan Hem is. De oversten van het volk proberen hem in die vier dagen op alle mogelijke manieren in de val te lokken en Hem op een fout te betrappen. Maar ... ze vinden geen fout in Hem!

Wordt vervolgd.